ander besluit van algemene strekking — Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND)
Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 26 maart 2026, nummer WBV 2026/6, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000
Nr. 12127 24 april 2026 Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 26 maart 2026, nummer WBV 2026/6, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000 De Minister van Asiel en Migratie, Gelet op de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000; Besluit: ARTIKEL I De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd: A Paragraaf C7/33 Vreemdelingencirculaire 2000 is gewijzigd en komt te luiden: 33. Het asielbeleid ten aanzien van Syrië 33.1. Besluitmoratorium Geen bijzonderheden. 33.2. Artikel 1F Vluchtelingenverdrag Geen bijzonderheden. 33.3. De (staatloze) Palestijn uit Syrië die kort voor indiening van de asielaanvraag in Nederland daadwerkelijk bescherming of bijstand heeft genoten van de UNRWA Voor wat betreft de (staatloze) Palestijn die onder het mandaat van de UNRWA valt, is het gestelde in paragraaf C2/3.2.2.1 Vc onder de titel ‘artikel 1D Vluchtelingenverdrag’ van toepassing. Voor Syrië neemt de IND aan dat de UNRWA weliswaar aldaar actief is maar dat zij in het algemeen geen daadwerkelijke bescherming en bijstand kan bieden, tenzij er individuele indicaties zijn dat de UNRWA wel voldoende bijstand of bescherming kan bieden aan de (staatloze) Palestijn. Als een (staatloze) Palestijn stelt dat de UNRWA in Syrië niet de levensomstandigheden kan bieden die stroken met de opdracht waarmee zij is belast, vindt een individuele beoordeling plaats als bedoeld in C2/3.2.2.1 Vc. 33.4. Vervolging in de zin van het Vl...