beleidsregel — Zuid-Holland
Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 2 juni 2026, PZH-2026-887413747, tot vaststelling van de beleidsregel voor de toepassing van artikel 7.98, onderdeel b, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (Beleidsregel stiltegebiedactiviteiten Zuid-Holland)
Besluit van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 2 juni 2026, PZH-2026-887413747 , tot vaststelling van de beleidsregel voor de toepassing van artikel 7 .98, onderdeel b, van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (Beleidsregel stiltegebiedactiviteiten Zuid-Holland) Gedeputeerde staten van Zuid-Holland; gelet op de artikelen 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 7 .98, onderdeel b, van de Zuid- Hollandse Omgevingsverordening; Overwegende dat het wenselijk is beleidsregels vast te stellen voor de beoordeling van aanvragen om een omgevingsvergunning voor een stiltegebiedactiviteit, met het oog op een consistente toepassing van de beoordelingsregel dat het belang van het voorkomen en beperken van geluidbelasting niet on- evenredig wordt geschaad; besluiten vast te stellen de volgende beleidsregel: Beleidsregel stiltegebiedactiviteiten Zuid-Holland Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beleidsregel wordt verstaan onder: - stiltegebied: stiltegebied als bedoeld in artikel 2.1 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening; - stiltegebiedactiviteit: activiteit waarvoor op grond van artikel 3.16 van de Zuid-Hollandse Omge- vingsverordening een omgevingsvergunning is vereist; - ZHOV: Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Artikel 2 Reikwijdte beleidsregel Deze beleidsregel is van toepassing op de beoordeling van aanvragen om een omgevingsvergunning voor een stiltegebiedactiviteit. Artikel 3 Beoordeling 1. Bij de beoordeling van de vraag of het belang van het voorkomen en beper...